Jong geleerd, oud gedaan?

Veulenseizoen is net begonnen, het mooiste seizoen van het jaar met jonge paarden spelend in de wei, drinkend bij mama of heerlijk uitgestrekt slapend in de wei. Vaak wordt er gevraagd wat je het beste kunt doen met je veulen. Hoe geef je hem de kans om op te groeien tot een evenwichtig en betrouwbaar, volwassen paard?  

 

Wij mensen leren al op jonge leeftijd praten. Probleemloos leren wij onze moedertaal en nemen wij het accent van onze ouders over. Bij veulens gaat dit net zo. Alle ervaringen die zij na hun geboorte krijgen, de verschillende ontwikkelfasen die zij passeren, zijn van groot belang voor hun verdere ontwikkeling. En wie kan veulens hun taal beter leren dan andere paarden, toch?  

 

Opvoeden in een kudde 

Het veulen in een kudde zetten waar hij heerlijk kan spelen en rennen zorgt ervoor dat hij later een evenwichtiger paard kan worden. Wij mensen zijn geen paarden, we reageren anders op een veulen dan hun eigen moeder of “opvoedtante” dat doet. Paarden kunnen elkaar snel leren welk gedrag gewenst is en welk gedrag niet. Ze zijn duidelijk en consequent tegen elkaar, wat goed is voor de sociale ontwikkeling. 

Een mooi voorbeeld hiervan is toen we een paar jaar geleden een jaarling die met de fles was gevoed naar een kudde in de Ardennen brachten om daar verder op te groeien. Het paard had weinig contact met andere paarden gehad en gedroeg zich niet naar de gebruiken van de kudde. De kudde reageerde hierop door het veulen uit de groep te verjagen. Tenslotte leven paarden uit veiligheidsoverwegingen in kuddeverband. Een stoorzender kunnen zij dus niet gebruiken. Het duurde drie weken voordat het veulen de paardentaal goed doorhad. Toen dat eenmaal gebeurde, werd hij terug in de kudde opgenomen. 

 

Jong geleerd… 

Zoals eerder gezegd, niemand kan het veulen beter kan opvoeden dan de moeder en de kudde zelf, maar een voorbereiding op het leven als gedomesticeerd paard is ook erg belangrijk. Een veulen dat op jonge leeftijd al went aan het halster en probleemloos mee kan lopen, voetjes kan geven en een behandeling van de dierenarts zonder problemen kan ondergaan is voor zowel het paard als de eigenaar wel heel prettig.  

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het goed is voor het veulen om een aantal dingen te leren, zodat ze geen angst ondervinden bij menselijke aanrakingen. Men noemt dit ook wel “inprenting”. Het onderzoek wees uit dat, wanneer je net geboren veulens drie weken volgens een vast schema op een vaste plek zou aanraken, ze op latere leeftijd gemakkelijker te benaderen en op die plek aan te raken waren. Stel je raakt het veulen gedurende drie weken steeds aan zijn linkerzijde aan, hij gaat vervolgens drie jaar lang de wei in en daarna ga je met hem aan de slag: dan kun je hem aan de linkerzijde nog steeds gemakkelijk aanraken. 

Deze “kleine” en vooral korte trainingen kunnen het veulen helpen om op te groeien als een evenwichtig paard. Het is dus nuttig om hier rustig mee te beginnen bij je veulen. Maar uiteraard is het vooral van belang dat het veulen in zijn eerste levensjaren vooral zoveel mogelijk paard kan zijn. 

 

Extra tips: 

Geef het veulentje al snel een halstertje. Laat hem eraan wennen, maar doe het halster regelmatig af en weer op. Dit zorgt ervoor dat het veulentje went aan deze handeling. 

Als het lukt is het een goed idee om regelmatig het weiland even in te lopen om de merrie te aaien en contact te maken met het veulen. 

Pas op bij het aanleren van kunstjes. Wat bij een veulen leuk is, kan soms bij een groot paard gedrag zijn wat niet wenselijk is. 

Geef een antwoord