Tien tips voor het voermanagement
Niet alleen het voer zelf, maar ook de manier waarop je het voert kan veel invloed hebben op de gezondheid en het welzijn van je paard. Hieronder staan 10 tips om een paard zo goed mogelijk te voeren.
1. Voldoende ruwvoer van goede kwaliteit
Ruwvoer is de basis van een paardenrantsoen, het hele verteringsstelsel is hierop ingesteld. Wanneer een paard onvoldoende ruwvoer krijgt, of ruwvoer van een slechte kwaliteit, kan dit voor verschillende gezondheidsproblemen zorgen. Je kunt hierbij denken aan gebitsproblemen, maagzweren of koliek. De kwaliteit en inhoud van je ruwvoer is vaak niet aan de buitenkant te controleren. Om echt te weten wat je voert is het aan te raden om je ruwvoer te laten analyseren zodat je goed op de hoogte bent van de voedingswaarde. Eventueel ontbrekende voedingsstoffen, vitaminen of mineralen kun je dan aanvullen door middel van krachtvoer.
2. Voer weinig en vaak
De maag van een paard is relatief klein (8 – 15 liter) en is daardoor geschikt voor kleinere porties, die het paard verdeeld over de dag aangeboden krijgt. Beter vaker op de dag kleine porties, dan maar 2 of 3 keer veel tegelijk.
3. Ieder paard is anders
Hoe groter en zwaarder een paard is, hoe meer voedsel hij nodig heeft om zichzelf te onderhouden. Hetzelfde geldt voor een paard dat veel (zware) arbeid verricht, die zal ook meer energie nodig hebben. Ook temperament van het paard kan invloed hebben op de voeding. Sommige paarden zijn van zichzelf wat drukker, die zou je voer kunnen geven dat meer langzame energie (zoals vet) bevat en minder snelle energie (zoals suiker). Jonge paarden hebben vaak extra energie en voedingsstoffen nodig voor de groei. Daarnaast hebben de seizoenen invloed op je voeding. In de winter kunnen er bepaalde vitaminen en mineralen minder aanwezig zijn, bijvoorbeeld vitamine E. Dit zou je dan in de winterperiode bij kunnen voeren. Ook hiervoor is het aan te raden om een ruwvoeranalyse als uitgangspunt te nemen.
4. Altijd schoon water
Water is heel belangrijk voor je paard. Gemiddeld drinkt een paard van 500 kg, zonder dat hij arbeid verricht, 25 liter water per dag. Dat is misschien meer dan je denkt. De drinkbehoefte neemt toe naar mate het paard meer arbeid verricht. Ook het soort ruwvoer is bepalend voor de wateropname. Staat je paard de hele dag op de wei, dan zal hij vermoedelijk minder water drinken dan een paard dat enkel hooi eet.
5. Wacht met werken
Werken met een volle maag is niet prettig voor het paard en kan zijn prestatie verminderen, het zou zelfs koliek kunnen veroorzaken. Als je een wedstrijd moet rijden of intensief gaat trainen is het beter om minstens 3 uur van tevoren krachtvoer te voeren.

6. Voer weinig en vaak
Voer voor de dag van morgen – Als je paard morgen een rustdag heeft, geef hem dan vandaag minder krachtvoer omdat hij de energie hieruit niet zal verbruiken. Dit geldt vooral voor paarden die grotendeels op stal staan. Blijf je dezelfde hoeveelheid krachtvoer voeren, dan loopt het paard risico om maandagziekte te krijgen (ook wel tying-up of spierbevangenheid genoemd).
7. Verander geleidelijk
De bacteriën in de darmen zijn ingesteld op een bepaald rantsoen. Plotselinge veranderingen in de voeding kunnen zorgen voor een slechte vertering, wat kan leiden tot diarree of koliek. Zorg daarom voor een geleidelijke overgang wanneer je overstapt naar ander voer. Dit kun je doen door een aantal dagen het oude en nieuwe (kracht- of ruw)voer met elkaar te mengen, waarbij je het oude voer gaat afbouwen en het nieuwe voer langzaam gaat toevoegen.
8. Voer goede kwaliteit
Het is niet alleen voor ruwvoer belangrijk dat het van goede kwaliteit is, maar ook voor het krachtvoer dat je voert. Zorg ervoor dat je het voer op een droge plek bewaart waar het vrij is van ongedierte. Voer geen schimmelig of stoffig ruwvoer en zorg dat het vrij is van giftige planten (zoals Jacobskruiskruid).
9. Houd alles schoon
Als er voedingsresten achterblijven in je emmers, of voerschep kunnen deze gaan schimmelen. Vooral als je olie of andere vloeistoffen toevoegt aan je krachtvoer kunnen de emmers en scheppen snel vies en plakkerig worden. Maak het dus regelmatig schoon.
10. Voorkom verveling
In de natuur is een paard ongeveer 16 uur per dag bezig met (het zoeken naar) eten. Voor paarden die op stal gehouden worden is het niet altijd mogelijk om 16 uur bezig te zijn met eten, maar het is wel van belang om een zo natuurlijk mogelijke situatie te creëren. Je kunt dit doen door voldoende of onbeperkt ruwvoer aan te bieden. Eventueel kan het ruwvoer in een slowfeeder worden aangeboden, zodat het paard er langer mee bezig is. Je zou ook stro als stalbedekking kunnen gebruiken, dan heeft het paard altijd wat te knabbelen. Let er wel op dat het paard niet te veel stro opneemt, dit zou koliek kunnen veroorzaken.
Met deze tips kun je het voermanagement voor je paard verbeteren en bijdragen aan zijn gezondheid en welzijn.