Voeding voor het groeiende paard

In de eerste paar jaar van hun leven, maken veulens een enorme groeispurt door. Van een guppie van gemiddeld 60 kilo naar een volwassen paard van gemiddeld 600 kilo. Er zijn een aantal factoren die de groei van een veulen beinvloeden: erfelijkheid, hormonen en voeding. Waar moet je op letten bij het voeren van veulen en jonge paarden? 

 

De eerste drie maanden zijn veulens vooral afhankelijk van de melk van de merrie. Met name biest, de eerste moedermelk, is erg belangrijk. Hierin zitten veel antistoffen die zorgen voor de weerstand van het veulen. Al vrij snel begint een veulen met het knabbelen aan grassprietjes, maar vanaf twee weken kun je er van uit gaan dat hij echt voer opneemt. Langzamerhand gaat het veulen meer vast voer eten en minder melk drinken. Tussen een leeftijd van drie weken en drie maanden zou je kunnen beginnen met het bijvoeren van krachtvoer. In die periode daalt de melkkwaliteit van de merrie. Het bijvoeren van speciaal veulenbrok zorgt ervoor dat het veulen in zijn behoefte wordt voorzien. Zodra je het veulen krachtvoer bijvoert, wordt de melkproductie van de merrie minder. Let wel op dat je veulen niet te hard groeit, dit kan namelijk ten koste gaan van de botkwaliteit. Voer een veulen dat te snel groeit niet bij met krachtvoer en laat hem ook niet in een te rijke wei grazen. 

 

Wanneer je het veulen gaat afspenen, in Nederland gebeurt dit vaak op een leeftijd van 5 tot 6 maanden, zal hij volledig afhankelijk zijn van de voedingsstoffen uit het ruwvoer en krachtvoer. Het is dus belangrijk dat het veulen al gewend is aan het eten van ruwvoer en krachtvoer. De basis van het rantsoen moet goed zijn, dat betekent onbeperkt ruwvoer van goede kwaliteit. De darmen en darmflora zijn nog volop in ontwikkeling, door het eten van voldoende ruwvoer wordt deze ontwikkeling gestimuleerd. Daarnaast is het belangrijk dat het veulen de juiste hoeveelheid en kwaliteit eiwit binnenkrijgt voor de groei. Eiwitten zijn bouwstoffen van het lichaam, deze heeft hij dus extra nodig tijdens het groeien. Lysine is een essentieel aminozuur (bouwsteen van eiwit) voor veulens die in het voer moet zitten. Het zorgt voor de opbouw van spierweefsel en het helpt bij de botgroei. De meeste veulenbrok zal deze behoefte goed dekken. Geef naast ruw- en krachtvoer niet zomaar supplementen aan je veulen, maar doe eerst een ruwvoeranalyse om te kijken of het nodig is om extra supplementen te voeren. 

 

Afhankelijk van het ras kan een paard doorgroeien tot een leeftijd van vijf, soms 6 jaar oud. Tot die tijd blijven de juiste aminozuren en de balans tussen mineralen en vitaminen belangrijk. Aandachtspunten zijn de sporenelementen zink, koper en mangaan, deze zijn voor een goede ontwikkeling en groei van de botten. Let ook goed op de verhouding van calcium en fosfor, voor gezonde botten en spieren. De calcium/fosfor verhouding zou voor een jong paard ongeveer 1,5:1 moeten zijn. Verder blijft onbeperkt ruwvoer van goede kwaliteit van belang. Het mooiste zou zijn als je jonge paard veel weidegang kan krijgen. Zo krijgt hij, naast het ruwvoer, ook zijn beweging. Door de inspanning worden de botten, spieren, pezen en banden sterker. 

 

Op het moment dat je het jonge paard gaat trainen, is de kans groot dat hij meer energie gaat verbruiken. Dit kan komen door de fysieke en geestelijke inspanning die hij levert. Het kan dan zijn dat hij daardoor wat meer voer nodig heeft. Je kunt meer krachtvoer gaan geven, maar probeer zoveel mogelijk ruwvoer in het rantsoen te houden. Dit helpt de kans op verzuring van het spijsverteringsstelsel te verkleinen. Benieuwd hoeveel ruwvoer een volwassen paard nodig heeft? Lees dan dit artikel (link hoeveel ruwvoer) 

Geef een antwoord