Paardengedrag uitgelegd: rusten

Soms zie je paarden heerlijk wegdoezelen tijdens een poetsbeurt of lijken ze voor dood te liggen in hun weiland. Net als alle andere dieren hebben paarden rust en slaap nodig zodat de hersenen en de rest van het lichaam kunnen herstellen. In dit artikel gaan we in op het rustgedrag en slaapritme van paarden. 

 

In de natuur bestaat de dag van een paard grofweg uit twee activiteiten: eten en rusten. Het zoeken naar en eten van voedsel neemt de meeste tijd in beslag, zo’n 14 tot 16 uur. Met rusten en slapen is het paard zo’n 8 tot 10 uur per dag bezig. Maar paarden doen dit heel anders dan mensen. Mensen kennen een duidelijk dag- en nachtritme waarbij we overdag wakker en actief zijn en ’s nachts gemiddeld 8 uur aaneengesloten slapen. Dit heet een monofasische slaap. Paarden rusten daarentegen in meerdere, korte periodes verspreid over de dag, een zogeheten polyfasische slaap. Gemiddeld duurt een rustperiode 2 tot 3 uur. Hoelang het precies is, is afhankelijk van het weer en andere omstandigheden. Op warme zomerdagen zal het paard langere rustperiodes hebben op het heetst van de dag en zal het langer foerageren op de koelere momenten. 

 

Paarden kunnen zowel staand als liggend rusten. Als ze staand rusten zijn ze aan het dommelen, dit is een lichte vorm van slapen. Hierbij staat het paard met zijn hoofd en hals laag en staat één van de twee achterbenen op rust, zo ontlast hij de achterbenen. De oren hangen ontspannen opzij, de ogen zijn half tot helemaal gesloten en de onderlip hangt ontspannen. Het paard gaat langzamer, maar dieper, ademen en ook de hartslag daalt. Hoewel het paard in lichte slaap is, jaagt het nog wel vliegen weg, door de staart te bewegen of huidtrillingen. Ook zal het paard bij mogelijk gevaar direct weer alert zijn zodat hij adequaat op het gevaar kan reageren. Het paard kan tijdens het dommelen regelmatig één tot twee minuten in een diepe slaap vallen. 

 

Liggen doen ze in verhouding niet veel, ongeveer 1 tot 3 uur per 24 uur. Het paard is dan aan het soezen of in een diepe slaap. Het soezen is een halfslaap, hier kunnen ze sneller uit ontwaken dan uit de diepe slaap. Paarden kunnen overigens ook staand soezen. Als ze liggen, liggen ze opwaarts (waarbij het hoofd hoog gehouden wordt) of plat op hun zij. In de diepe slaap kan het paard in een REM-slaap komen. Dit is een droomfase waarbij je bij de ogen snelle oogbewegingen kunt zien, terwijl de oogleden gesloten zijn (Rapid Eye Movement=REM). Daarnaast kunnen onwillekeurige bewegingen van de bovenlip, oren, benen en staart waargenomen worden. Paarden zijn in totaal ongeveer 1 uur in REM-slaap. In deze slaapfase is de spierspanning sterk verminderd, maar is er wel meer activiteit in de hersenen. In tegenstelling tot de lichte slaap of halfslaap, reageert het paard in diepe slaap traag op prikkels van buitenaf. Het duurt langer voor het paard uit een diepe slaap komt en zal dus niet direct weer alert zijn. Je zal misschien verwachten dat het paard in diepe slaap meer uitrust, maar dit is niet het geval. Als een paard ligt, drukt er veel gewicht op het lichaam. Dit zorgt voor een grotere belasting op de bloedcirculatie en de ademhaling, waardoor er meer energie wordt verbruikt. 

 

In de natuur zullen paarden niet per se een specifiek plekje zoeken om staand te rusten of te slapen. Vaak nemen ze deze rustmomenten terwijl andere paarden rustig staan te grazen. Voor het liggend slapen zijn ze wat kieskeuriger. Het is voor een prooidier namelijk niet de meest veilige positie, je kunt minder snel op de vlucht slaan. Ze zullen daarom een plekje zoeken dat veilig en comfortabel is. Bij voorkeur liggen ze op een droge ondergrond, zoals zand, of in hoog gras. Als het warm is zullen ze een plek in de schaduw zoeken. Het is belangrijk dat ze hierbij overzicht blijven houden op hun omgeving. 

 

Het is belangrijk om in de paardenhouderij rekening te houden met het rustgedrag van paarden. Vaak wordt het rustgedrag beïnvloed door ons eigen dag- en nachtritme zoals vaste, menselijke voertijden overdag. Maar over het algemeen kunnen paarden die op stal gehouden worden redelijk hun natuurlijke ritme aanhouden, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Zorg er ten eerste voor dat het paard de mogelijkheid heeft om te liggen, dus de stal moet voldoende groot zijn. Bodembedekking zoals stro of zaagsel maakt het comfortabeler, waardoor een paard eerder zal gaan liggen. Het paard zal alleen gaan liggen als hij zich veilig voelt. Een buurman- of vrouw waar het paard goed mee overweg kan zou hierbij kunnen helpen. Daarnaast zou het paard de hele dag door de mogelijkheid moeten hebben om te eten, ook ’s nachts. Je kunt dit doen door een onbeperkte hoeveelheid ruwvoer aan te bieden, het ruwvoer in slowfeeders te plaatsen of het in meerdere kleine porties verdeeld over de dag aan te bieden. Zo kan het paard makkelijker zijn natuurlijke ritme van rust en eten aanhouden en is hij niet afhankelijk van onze voertijden. 

  

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *