Optimisme

Bij mensen kan het een logisch verband zijn; als je niet lekker in je vel zit doordat je woon en werkomstandigheden niet prettig zijn, heb je misschien de neiging om pessimistisch te worden. De vraag is of dit bij paarden ook zo werkt? Franse onderzoekers waren benieuwd of paarden optimistischer worden als hun leefomstandigheden dichter bij hun natuurlijke behoeftes lagen. 

 

Het onderzoek werd uitgevoerd met 34 verschillende paarden. De ene groep paarden leefde in individuele huisvesting en kregen drie graan- of krachtvoerrantsoenen en één hooirantsoen per dag. Studenten bereden ze zes dagen per week in verschillende activiteiten, waaronder buitenritten. De andere groep paarden was gehuisvest in een groep op een weiland met schuilplaatsen. Ook deze groep werd af en toe bereden. Voordat het optimisme-experiment werd uitgevoerd, werd het welzijnsniveau van elk paard geëvalueerd door het onderzoeksteam met behulp van vooraf gedefinieerde technieken, zoals het bestuderen van het gedrag van de paarden (inclusief stereotypen), het observeren van hun houding en het bepalen van hun gezondheidsstatus (vooral met betrekking tot rugpijn). 

 

Het onderzoek of de leefomstandigheden van de paarden effect had op het positivisme werd uitgevoerd door middel van het aanbieden van voer. Ze gebruikte hier in eerste instantie twee emmers voor. Alle testpaarden werden eerst getraind zodat ze wisten dat er altijd in slechts één van de twee uit elkaar geplaatste emmers eten zat. Beide emmers stonden altijd op dezelfde plek. Later werd er door de onderzoekers nog drie extra emmers toegevoegd die ze tussen de eerste twee emmers plaatsten. Ze beoordeelden het optimisme van het paard door te bekijken of het paard in de nieuwe drie emmers op zoek ging naar eten. Hoe vaker het paard de moeite nam om in de nieuwe lege emmers te kijken, hoe optimistischer de onderzoekers het paard vonden. 

 

Ze ontdekten dat de paarden met de lagere welzijnsscores ook de paarden waren die het minste optimisme vertoonden tijdens het emmer-experiment. Naarmate het welzijnsniveau toenam, nam ook het optimisme toe. Net zo belangrijk waren deze bevindingen significant gerelateerd aan de plaats waar de paarden leefden en werkten. De paarden die in individuele boxen met beperkt toegang tot voeding leefden, gingen minder vaak is zoek in de nieuwe drie emmers. Ze lieten in de ogen van de onderzoekers dus meer pessimistische reacties zien op de cognitieve bias-tests. De paarden die waren gehuisvest in meer natuurlijke omstandigheden hadden een meer optimistische benadering op het experiment, waardoor ze in ogen van de onderzoekers dus anticipeerden op een positieve gebeurtenis. 

 

Vraag je je soms af wat de natuurlijke behoeftes van een paard nou precies zijn? In 1993 heeft de Farm Animal Welfare Council (FAWC) de 5 vrijheden opgesteld. Zij baseren de vrijheid om natuurlijk gedrag uit te oefenen op de volgende 4 dingen: voldoende (vrije) beweging, sociaal contact met soortgenoten, voldoende vezelrijke voeding en stalling met voldoende ruimte en licht. Wil je hier meer over weten, klik hier https://e-quine.com/uitdagend-gedrag/welzijn-van-paarden-vijf-vrijheden/ 

 

Bron artikel: https://thehorse.com/18555/study-poor-equine-welfare-pessimism-linked/

Geef een antwoord