Je paard iets nieuws leren, hoe werkt dit eigenlijk?

We zijn continu bezig om paarden iets te leren. Van basisdingen zoals het meelopen aan een halster tot ingewikkelde trucjes zoals het liggen op commando. Om een paard iets te aan te leren, wordt er vaak gebruik gemaakt van conditionering. Dit betekent letterlijk ‘van condities afhankelijk maken’. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar dit doe je waarschijnlijk al continu in de dagelijkse omgang met een paard. 

 

Geconditioneerd gedrag is aangeleerd gedrag dat onder bepaalde condities (bijvoorbeeld belonen of corrigeren) tot stand komt en een gewoonte wordt. Er bestaan twee vormen van conditionering: klassieke conditionering en operante conditionering.  

 

Klassieke conditionering
Bij klassieke conditionering wordt een neutrale prikkel, dus een prikkel die voor het dier geen betekenis heeft, gekoppeld aan een prikkel die wel betekenis heeft voor het dier. Deze prikkel kan prettig of onprettig zijn. Een bekend voorbeeld van klassieke conditionering is de hond van Pavlov. Pavlov was een Russische wetenschapper die klassieke conditionering voor het eerst heeft benoemd. Hij ontdekte dat zijn honden al begonnen te kwijlen voordat zij het voedsel kregen. Om dit verder te onderzoeken, liet hij een bel rinkelen waarna hij de honden eten gaf. In eerste instantie gaf de bel geen reactie, maar na een paar voerbeurten begonnen de honden al te kwijlen bij het horen van de bel. De honden hadden dus geleerd om het geluid van de bel (neutrale prikkel) te koppelen aan het krijgen van voer.  

 

Ook paarden leren door klassieke conditionering, bijvoorbeeld het zien van de voerschep koppelen aan het krijgen van voer. In eerste instantie heeft de voerschep geen enkele betekenis voor het paard. Maar nadat hij meerdere keren muesli uit deze schep heeft gekregen, koppelt hij de voerschep aan het krijgen van voer.  

 

Operante Conditionering
Bij operante conditionering maakt het paard een associatie tussen bepaald gedrag en de consequentie daarvan. Afhankelijk van de consequentie neemt het gedrag toe of af. Operante conditionering kan op vier manieren worden toegepast. Als eerste kan je een positieve prikkel toevoegen zodat het gedrag van het paard toeneemt, je bekrachtigt het gedrag. Voorbeelden hiervan zijn het geven van een aai of een stukje appel. Als tweede kan je iets negatiefs toevoegen zodat het gedrag van het paard afneemt, bijvoorbeeld je verheft je stem. Als derde kan je iets wegnemen wat je paard niet zo prettig vindt zodat het gedrag van het paard toeneemt. Bijvoorbeeld de druk van de teugels halen als het paard een stapje achterwaarts heeft gezet toen je daarom vroeg. Of als laatste kan je een positieve prikkel weghalen zodat het gedrag van het paard afneemt. Bijvoorbeeld zijn volle voerbak weghalen op het moment dat hij erg tegen de deur staat te trappen, wanneer je binnenkomt om hem eten te geven. 

 

Bij het trainen van paarden is het handig om bewust te zijn van welke vorm van conditioneren je gebruik maakt. Op die manier denk je van tevoren na waarom je bepaalde handelingen doet en wat je ermee wilt bereiken. Vaak is ongewenst gedrag van paarden onbewust geconditioneerd. Als je begrijpt hoe conditioneren werkt, is het makkelijker om het ongewenste gedrag af te laten nemen en ervoor te zorgen dat het gewenste gedrag toeneemt.  

Geef een antwoord